zaterdag 2 maart 2024

Versie 15- (Nachtelijke brief aan voor zus- 2024-02-18-19)

Versie 15 is een grove schatting.
Bij eerdere pogingen kwam ik nooit verder dan: “wat zal ik zeggen”.
Maar nu kreeg ik toch een inval.
Het is nacht, ik ben een slechte slaper, en een slechte schrijver.
Mijn zelfgebreide ijslandse wollen trui houdt me goed warm en ik tel mijn zegeningen.
Niet altijd, soms verlies ik ze wel eens uit het oog vanwege lichamelijke ongemakken.  Maar gelukkig is er dan weer de nacht, en mijn – doorgaans- goede humeur zodat zegeningen makkelijk te tellen zijn en dan heb ik na mijn 10 vingers ook nog de 10 tenen nodig. Al klinkt dit toch weer te optimistisch, het geldt in ieder geval voor deze nacht. 

Versie 15. Waarom?  

Volgend jaar is het 50 jaar geleden dat we elkaar voor het laatst zagen. Goed beschouwd zijn we nu vreemden voor elkaar. Dat zei jij nadat we ongeveer 8 jaar van de boerderij waren, en ik je belde. Nu is dat 41jaar later, en zijn we nog veel vreemder voor elkaar.
De volgende keer zou jij terugbellen, zei je, met andere woorden: nu hoef je niet meer te bellen.
Je belde nooit terug, zoals te verwachten was.  Juist toen ik familie zo hard nodig had om te weten wie ik was. Nu is dat niet meer nodig en vraag ik me af wat familie mij nog te bieden heeft na eerdere ervaringen met broer, en andere zus.
Maar ik mag jou niet over dezelfde kam scheren.
Toch blijft die twijfel, want net als toen ik met broer omging, hing daar familie aan, en zo heb jij diezelfde familie aan je hangen. Terwijl ik familieloos ben en me dat meer vrijheid biedt.
Ik hoef geen gespreksonderwerp te zijn. Mijn behoefte ligt bij contact, of wat ze tegenwoordig graag zeggen: verbinding.
Nu ben ik zelf geen hechter, dus binden zal niet zo eenvoudig zijn. En volgens mij hebben broer en andere zus datzelfde manco zoals ik een jaar of 15 geleden ervaren heb.

Geen idee hoe jij je hebt ontwikkeld, ben je net zo'n warm en tegelijkertijd hard persoon als ik?
Ik heb dingen van je gezien, met je meegemaakt, als kind. We sliepen bij elkaar, ik trok de dekens helemaal naar me toe en wikkelde ze onder me zodat jij het wel koud gehad moet hebben. Net als met de kruik, die eigende ik me helemaal toe. 
Je eerste verkrachting door onze vader staat ook als een mes in mijn ziel gegrift, je schreeuw was heel anders dan wanneer je geslagen werd, en wij, ook je moeder, zaten angstig in de keuken te wachten tot het over was. Maar zoiets gaat nooit over want je kunt het niet wegvegen. De verkrachting van zus 2 is evengoed een nare herinnering, en die van mezelf, maar kennelijk is het de machteloosheid over het leed van de ander groter.
Later in mijn leven heb  ik verdriet gehad om jouw jeugd, omdat jij gemener werd geslagen, ik wel veel vaker en harder, maar jij gemener.
Hopelijk heb jij je jeugd kunnen overschrijven met mooie herinneringen. 

Liefde kan helen.
Dat laatste heb ik mogen ervaren met Vroems.
Helaas is hij overleden. Zijn laatste half jaar van ziek zijn was heel liefdevol ondanks het verdriet dat je weet dat hij niet langer “mee mag doen”. Uitgeschakeld.
Zo dichtbij je bij iemand kunt komen als je weet dat je elkaar verliest, alle mogelijkheden en leuke momenten, dat is heel intens. 
Een bijkomende zegening tussen verdriet en liefde.
Alleen de rouw is wel een verschrikkelijke tijd.
Dat is gelukkig nu voorbij, alweer een zegening om te tellen.

Tijd voor een kopje thee want het is nu wel heel erg serieus geworden.
                                      Theetijd om 3 uur in de nacht.

Nu kan ik natuurlijk van alles aan je vragen, alleen in dat soort beleefdheidsvragen ben ik heel slecht. En het interesseert me ook niets zolang ik niet weet of je me wat te bieden hebt.
Monologen gaat me echter goed af. Dat leerde ik al in die eenzame jaren toen er niemand was om tegen te praten en naar te luisteren.
En ik ben ook erg goed in beren op de weg te plaatsen. Van die grote bruine beren die je de weg versperren, of aan het denken zetten.
Dus toch wat vragen dankzij die beren.

Kun je mijn slordige handschrift nog lezen?
Vroeger werd ik door sinterklaas gestraft omdat ik slordig schreef.  Toen begreep ik meteen dat hij niet bestond want hoe kon hij dat nou weten van dat schrijven?  Dat ik later, toen ik alleen was, keurig schreef komt zeker niet door die ervaring want ik was altijd recalcitrant. Mocht niet? Dan deed ik het wel.

Ik schrijf sneller dan ik denk. Ik bedoel dat mijn gedachten mijn pen niet kunnen bijhouden.
Ergens rond mijn 17e begon ik brieven aan nichtjes te schrijven. Kan me niet herinneren waarover en ik was ook niet in hen geïnteresseerd, dat weet ik zeker want dat was ik nooit, die meiden kende ik toch amper, ze leefden een totaal ander leven dan ik, dus het zal wel wederkerig geweest zijn. Mijn schrijfsels zullen wel net zoals nu monologen geweest zijn.
Maar het zal je gebeuren, op je 16e uit huis gedonderd, en dan van hot naar her, geen wortels, geen opvoeding genoten, hoe vind je je weg? Dan zijn nichtjes een zwakke strohalm.
Jij was slimmer, jij trouwde gewoon op je 18e, net als 2e zus, maar ik werd in een tehuis geplaatst omdat ik me niet langer wilde laten verkrachten.

Algauw verving het dagboek mijn nichtjes, dat was veel leuker, net als brieven aan een vriendin die ik had gemaakt in het tehuis waar ik niet meer mocht wonen wegens wangedrag, want ik had de laatste trein gemist en dat mocht niet.
De dagboeken gooide ik weg rond mijn 25e, want stel je voor dat ik dood zou gaan en de familie zou dat erven. Al troostte ik me met de gedachten dat ze toch geen interesse in me hadden, dus ook niet mijn levensverhaal en hersenspinsels.
Vervolgens werden de dagboeken verhalen. Nog weer later plaatste ik die op een blog waar iedereen ze kon lezen. Het is toch wel anders of je alleen voor jezelf zit te schrijven of je wordt nog gelezen, net of je dan meer bestaat. Van het lelijke kun je iets moois maken.
Ook daar stopte ik vervolgens mee wegens klaagzangen, oververmoeidheid, en ouderdom, want wat kan een mens zich oud voelen!

Als ik niet zo gemakzuchtig was, of als ik ambities had gehad zou ik een beroemd schrijven kunnen zijn. Maar die zijn er ook wel genoeg dus ik zal niets toevoegen. Wat heb ik een ander nou te bieden!  Mijn leven is al zo vol.

En nu loopt dit schrijfsel ook uit de hand, of uit de pen.  Daar houden mensen niet van. Men wil kort anders kost het ze teveel moeite om in de ander te steken.
Zelf vind ik de meeste berichtjes juist te kort, omdat je iemand niet leert kennen. Ik lees graag iemands gedachten, perikelen en moeilijkheden of vreugde. Dat zie je tegenwoordig steeds minder. 

Met al deze woorden draai ik om de kernvraag heen, de korte bondige vraag:

hier is nu het berichtje waar je om vroeg.
Maar wat nu?
We wonen 112 km bij elkaar vandaan. 

Ik ben al jaren oververmoeid, en vooral daarom niet mobiel, en als...

                                      De draad viel uit mijn verhaal , vraag, bedoel ik.

Niet mobiel dus.

Aan een bel-contact, alsof ik een oude kennis of nicht ben, heb ik geen behoefte. Bellen doe  ik bij hoge uitzondering naar de receptenlijn om een nieuw oogzalf recept te bestellen.

Bellen met vriendinnen die zanikten over de overgang, of een paaltje van de buurman, wat stoorde dat rotding me toch altijd weer en daarom nam ik een besluit.
Eindelijk geen vermoeiende lege contacten. Wat moet een mens met zoveel leegte van anderen. Je kunt beter alleen zijn. Je doet gewoon de telefoon de deur uit, heel handig!
Dat kon vroeger nog, tegenwoordig moet je een mobiele telefoon altijd op zak hebben om te kunnen betalen of je te legitimeren.

Ik vond op internet een foto van jou, eerst een met je man samen, daar zie je er nog heerlijk uitgeslapen uit, je slaapt waarschijnlijk de hele nacht lekker door.
De recente foto is heel anders, je ziet er slanker uit dan op de vorige.  De ene helft van je gezicht kijkt angstig, terwijl de andere heel guitig kijkt. Heb je dat wel eens gedaan?  de ene helft van je gezicht afgeplakt? Maar je ziet er ook ziek uit, geen griepje maar iets ergers, ik noem geen naam natuurlijk. Ben je ziek? Of is dat gezichtsbedrog. 

De vraag  nog een keer kort en bondig:

Hoe denk jij dat een contact tussen ons er uit kan zien?

Die vraag, weet ik, is niet genoeg, hoe kunnen we dat weten zonder elkaar te kennen? Bij datingprogramma's hebben mensen een hele lijst met waar iemand aan moet voldoen.
Dat moeten wij nog maar afwachten van elkaar.
Het verleden biedt geen garantie voor de toekomst. 

Zus, we moeten elkaar maar een keer ontmoeten.
Voor een eerste herkennismaking lijkt het me een goed plan dat je eens alleen hierheen komt, zonder man dus, want in “ik” vorm  praat toch iets persoonlijker dan in de “wij”vorm.

----------- einde monoloog-------------


Volgende dag:

Op naar versie 16. 

maandag 19 februari 2024

PS: Stuur ook eens een berichtje

Dat stond er in het jaarlijkse verjaar/kerstkaartje dat mijn zus al 5 jaar stuurt, sinds ze mijn adres heeft van de notaris.

Stuur ook eens een berichtje...
Het dramt al die tijd door mijn hoofd, want het is nogal dwingend in mijn beleving, zoals: ik heb nu al 5 jaar een kaart aan je gestuurd en nu moet jij ook eens wat terug doen.
Ongetwijfeld bedoelt ze dat niet zo. Maar ik mis iets om over die drempel te komen.
Nooit noemt ze me bij de naam, zelfs op de envelop staat alleen maar: aan A vd Boomstam.
En er staat nooit iets anders dan: hartelijk gefeliciteerd, en goede kerst en nieuwjaarswensen.
Precies datgene wat me geen lor interesseert. Verjaren is een officiele kwestie, belangrijk voor mijn aow en het accepteren van lichamelijke ongemakken.
Gelukwensen voor een nieuw jaar heeft ook geen zin, het ongeluk en alle wereld ellende gaat er gewoon om door.

Wat wil dat nou zeggen als je iemand 49 jaar niet meer hebt gezien, en die ooit zei: de volgende keer bel ik. En vervolgens nooit meer belde en daar nu ook niet op terug komt.
Waarom niet een persoonlijker bericht dan een standaard kaart?
Ik leef vooral met het verleden, de oude pijn, al het verdriet en eenzaamheid, dat vergeet een mens niet zomaar. Toen ik ze nodig had waren ze er niet, wel hadden ze verwijten.
En nu... die afstand van 112 km lijkt onoverbrugbaar.

Behalve dan vannacht, toen ik niet kon slapen, en een groot collegeblok met een parkerpen ter hand nam en een hele leuke brief aan haar schreef.
Getiteld: versie 15, maar misschien is het al wel de 20e.