
Donar rijdt in zijn bolderkar over de wolken,
achtervolgd door Freya en haar strijdgodinnen.
Ze spelen al de hele middag.
De hitte druipt van hun hormonen.
Het vuur spuwt naar beneden.
Het raam rammelt.
Ik kruip omhoog, wil horen, geen onverwachte inval.
Ik zal voorbereid zijn als Donar binnenstormt.
Te bang om adem te halen.
Buiten valt iets op de grond. Het raam lijkt uit het kozijn te worden getrokken.
Grote dikke zweetdruppels van Freya vallen op de grond, slaan tegen het raam, op de tuintafel, in de sloot.
Door het gerommel in de hemel hoor ik niet meer wat er gebeurt.
Straks komt Donar door het raam naar binnen.
Mijn ogen sperren zich verder open om alles te zien, maar het is donker, als het gordijn maar niet zo verduisterend werkte, dan kon ik in de bliksemschichten hun gedaantes zien bewegen en wist ik wanneer Donar naar binnen kwam.
Hij zou mijn geliefde verminken, niet doodmaken maar verminken, ik kon niets zien, alleen maar horen. Mijn geliefde zou geen adem genoeg hebben om te schreeuwen, hij zou kreunen.
Maar geen armen en benen meer hebben om mijn te beschermen.
Hij kreunt, draait zich nog eens om, want zijn oordoppen dempen het geluid, hij hoort niets, en ik wil hem niet wakker maken.
Helemaal alleen lig ik te wachten op Donar die ons zal verminken. Als hij mijn geliefde heeft ontdaan van diverse ledematen ben ik aan de beurt.
Donar zal mijn zere voet afsnijden. Ik zal nog verstomt van angst proberen hem weg te trekken. Maar Donar is sterker.
Ik durf niet naar mijn geliefde te kijken.
Alles wordt licht, ik kan precies zien wat er gebeurt. Het mes gaat over mijn been, en wijkt uit naar mijn hand. Naar mijn zere hand, en snijdt ze gezwollen vingers eraf en kerft een diepe wond naar de pols.
Ik kan geen enkel geluid uitbrengen.
Naast me hoor ik mijn geliefde weer kreunen, en hij kan niets voor me doen, want hij heeft alleen nog een gezicht.
Misschien als ik hem dood, als hij er niet meer is, dat hij niet langer hoeft te lijden. Zal ik Donar zo afleiden dat het mes recht in de keel van mijn geliefde snijdt.
“Liefste… oh, ik zou het niet kunnen, maar het moet want zo kun je niet leven.”
Snel spring ik uit bed en open de deur naar de badkamer.
De lucht is extreem donker, en bovenaan een lichte vlek.
Een bliksem die het hele zuiden verlicht, ik zie donkere wolken voor het licht.
Donar drijft af want Freya heeft een ander gevonden.
1 opmerking:
Nogal angstaanjagend.
Donar is mijn vriend (als donderdag-kind wat ik ben ;-) ).
Een reactie posten