vrijdag 16 maart 2012

Op de bijbel na


2008 


"Brand" gilde zus achter me op de vlisotrap.
Door het open luik zagen we een grote donkergrijze damp.

"Brand", bleef mijn zus krijsen en onze moeder sleurde me van de trap en duwde ons naar buiten.
Daar bleef ik gebiologeerd naar de brand kijken.
Toen de vlammen uit het dak sloegen werd ik bang en rende achter een boom.
Ik dacht aan mijn broertje. Ze zouden hem toch niet binnen in de box hebben gelaten?

Verlamd stond ik te kijken, kon geen woord uitbrengen, bleef vanachter die boom toekijken naar hoe alles werd verwoest.
Ik zag voor me hoe broertje ook verwoest werd door die vreselijke vlammen.
En ik hoorde zelfs zijn krijsend stemmetje die om mij riep: "Appeje, Appeje", want hij kon mijn naam nog niet goed uitspreken.

Onze moeder kwam het huis uitgerend met de bijbel in haar hand.
Waarom niet met broertje?
Boos rende ik naar haar toe en sloeg tegen haar benen, "waar is broertje!"
Ze duwde me weg maar ik bleef en sloeg haar weer.

Iemand trok aan mijn kraag.
Onze oude buurvrouw,
met broertje op haar arm.
Ze pakte me bij de hand en verzamelde ook mijn zussen.
In een stoet liepen we naar haar huis.
Ik kreeg broertje op schoot.
Hij huilde en kroop tegen me aan, zijn kleine armpjes om mijn nek,
die ik nog voel.
Ik likte de tranen van zijn wangen. En keek maar naar hem alsof hij een wonder was.
Natuurlijk was hij ook een wonder, mijn lieve kleine mollige broertje.

Van ons huis en al onze bezittingen, op de bijbel na, is alleen as overgebleven.

1 opmerking:

Unknown zei

Wat een prachtige tekst vol contrasten. De prioriteiten zijn vandaag de dag iets veranderd, persoonlijk ken ik geen mens die haar/zijn leven zou wagen om de bijbel, herstel: De Bijbel, van de woest verslindende vlammen te redden. Waarschijnlijk zou tegenwoordig de kinderbescherming op de stoep staan, mochten ze er (brand)lucht van krijgen.