maandag 3 februari 2025

Gemengd

 En toen ontmoette ik een heel mooie, en hartstikke lieve zus.
Ik zei altijd al dat broer en ik niet in hetzelfde gezin zijn groot gebracht, hij beweerde dat zus een kouwe vrouw is. Maar dan hebben we blijkbaar ook niet dezelfde zus.
Haar verhaal, haar leven, wat een pijn. 
En stille tranen vergoten.

Tegelijkertijd kan ik niets met de opmerking dat ze spijt heeft dat ze me destijds, tijdens de rechtzaak tegen onze vader, heeft laten zitten (me heeft verraden door te zeggen dat zij niet misbruikt werden).
Na een paar ontmoetingen en gesprekken bedacht ik ineens dat zij mij daarmee niet tekort heeft gedaan maar vooral zichzelf, want alle ellende bleef doorgaan met beide zussen toen ik uit huis was gedonderd.

En ik kreeg te horen dat ik nog altijd de dader ben over de ellende van broer en zus 2.
Ik schrok echt van hun haat en wraak jegens mij. Kennelijk ben ik makkelijker als dader aan te wijzen dan hun vader en hun moeder, en dan hun eigen verantwoordelijkheid. 
Er zijn veel mensen die een zondebok nodig hebben, en dat is nu mijn taak, dus ben ik nodig voor hun miserabele leventje.

Het enige moeilijk is dat zus hier 112 km vandaan woont, en dat vind ik heel erg onhandig in mijn "staat". Nooit gewoon even een kopje thee en dan weer gaan. 
Ook vind ik het erg moeilijk dat zus gewoon praat over broer en zus 2, ze heeft veel begrip voor ze, en hun moeder is voor haar ook niet zo'n feeks als voor mij.
Niet reageren op wat ze zegt is nu mijn remedie. Niet laten zien wat me dat doet, en niet roddelen.
Het is ook doordacht: ze praat even makkelijk tegen hen over mij, dus hoeven zij niet te weten wat mij pijn doet. 
Maar wat me wel pijn doet en wat ik niet vertel aan zus, is dat ze bang is problemen met zus 2 te krijgen omdat ze met mij omgaat.
Hoe is het mogelijk! Datzelfde had broer destijds. 
Mijn antwoord daarop aan zus was: als het ingewikkeld voor je gaat worden trek ik me weer terug.
Daarop riep ze luid "NEE!!"

Maar ja, hoe kan zij weten hoe is het om als verschoppeling, omdat je voor je rechten opkomt, omdat je niet langer mishandeld en misbruikt wilt worden,  toch zo verstoten wordt.
Je hebt allerlei reflexen om jezelf te beschermen. 

Alles is zo dubbel, aan de ene kant dat heel bijzondere van een mooie, en heel warme lieve zus, en de andere kant de rest van de familie die daar aanhangt,   en natuurlijk oud zeer.

Dan is het toch niet gek als je hartklachten krijgt!

zaterdag 2 maart 2024

Versie 15- (Nachtelijke brief aan voor zus- 2024-02-18-19)

Versie 15 is een grove schatting.
Bij eerdere pogingen kwam ik nooit verder dan: “wat zal ik zeggen”.
Maar nu kreeg ik toch een inval.
Het is nacht, ik ben een slechte slaper, en een slechte schrijver.
Mijn zelfgebreide ijslandse wollen trui houdt me goed warm en ik tel mijn zegeningen.
Niet altijd, soms verlies ik ze wel eens uit het oog vanwege lichamelijke ongemakken.  Maar gelukkig is er dan weer de nacht, en mijn – doorgaans- goede humeur zodat zegeningen makkelijk te tellen zijn en dan heb ik na mijn 10 vingers ook nog de 10 tenen nodig. Al klinkt dit toch weer te optimistisch, het geldt in ieder geval voor deze nacht. 

Versie 15. Waarom?  

Volgend jaar is het 50 jaar geleden dat we elkaar voor het laatst zagen. Goed beschouwd zijn we nu vreemden voor elkaar. Dat zei jij nadat we ongeveer 8 jaar van de boerderij waren, en ik je belde. Nu is dat 41jaar later, en zijn we nog veel vreemder voor elkaar.
De volgende keer zou jij terugbellen, zei je, met andere woorden: nu hoef je niet meer te bellen.
Je belde nooit terug, zoals te verwachten was.  Juist toen ik familie zo hard nodig had om te weten wie ik was. Nu is dat niet meer nodig en vraag ik me af wat familie mij nog te bieden heeft na eerdere ervaringen met broer, en andere zus.
Maar ik mag jou niet over dezelfde kam scheren.
Toch blijft die twijfel, want net als toen ik met broer omging, hing daar familie aan, en zo heb jij diezelfde familie aan je hangen. Terwijl ik familieloos ben en me dat meer vrijheid biedt.
Ik hoef geen gespreksonderwerp te zijn. Mijn behoefte ligt bij contact, of wat ze tegenwoordig graag zeggen: verbinding.
Nu ben ik zelf geen hechter, dus binden zal niet zo eenvoudig zijn. En volgens mij hebben broer en andere zus datzelfde manco zoals ik een jaar of 15 geleden ervaren heb.

Geen idee hoe jij je hebt ontwikkeld, ben je net zo'n warm en tegelijkertijd hard persoon als ik?
Ik heb dingen van je gezien, met je meegemaakt, als kind. We sliepen bij elkaar, ik trok de dekens helemaal naar me toe en wikkelde ze onder me zodat jij het wel koud gehad moet hebben. Net als met de kruik, die eigende ik me helemaal toe. 
Je eerste verkrachting door onze vader staat ook als een mes in mijn ziel gegrift, je schreeuw was heel anders dan wanneer je geslagen werd, en wij, ook je moeder, zaten angstig in de keuken te wachten tot het over was. Maar zoiets gaat nooit over want je kunt het niet wegvegen. De verkrachting van zus 2 is evengoed een nare herinnering, en die van mezelf, maar kennelijk is het de machteloosheid over het leed van de ander groter.
Later in mijn leven heb  ik verdriet gehad om jouw jeugd, omdat jij gemener werd geslagen, ik wel veel vaker en harder, maar jij gemener.
Hopelijk heb jij je jeugd kunnen overschrijven met mooie herinneringen. 

Liefde kan helen.
Dat laatste heb ik mogen ervaren met Vroems.
Helaas is hij overleden. Zijn laatste half jaar van ziek zijn was heel liefdevol ondanks het verdriet dat je weet dat hij niet langer “mee mag doen”. Uitgeschakeld.
Zo dichtbij je bij iemand kunt komen als je weet dat je elkaar verliest, alle mogelijkheden en leuke momenten, dat is heel intens. 
Een bijkomende zegening tussen verdriet en liefde.
Alleen de rouw is wel een verschrikkelijke tijd.
Dat is gelukkig nu voorbij, alweer een zegening om te tellen.

Tijd voor een kopje thee want het is nu wel heel erg serieus geworden.
                                      Theetijd om 3 uur in de nacht.

Nu kan ik natuurlijk van alles aan je vragen, alleen in dat soort beleefdheidsvragen ben ik heel slecht. En het interesseert me ook niets zolang ik niet weet of je me wat te bieden hebt.
Monologen gaat me echter goed af. Dat leerde ik al in die eenzame jaren toen er niemand was om tegen te praten en naar te luisteren.
En ik ben ook erg goed in beren op de weg te plaatsen. Van die grote bruine beren die je de weg versperren, of aan het denken zetten.
Dus toch wat vragen dankzij die beren.

Kun je mijn slordige handschrift nog lezen?
Vroeger werd ik door sinterklaas gestraft omdat ik slordig schreef.  Toen begreep ik meteen dat hij niet bestond want hoe kon hij dat nou weten van dat schrijven?  Dat ik later, toen ik alleen was, keurig schreef komt zeker niet door die ervaring want ik was altijd recalcitrant. Mocht niet? Dan deed ik het wel.

Ik schrijf sneller dan ik denk. Ik bedoel dat mijn gedachten mijn pen niet kunnen bijhouden.
Ergens rond mijn 17e begon ik brieven aan nichtjes te schrijven. Kan me niet herinneren waarover en ik was ook niet in hen geïnteresseerd, dat weet ik zeker want dat was ik nooit, die meiden kende ik toch amper, ze leefden een totaal ander leven dan ik, dus het zal wel wederkerig geweest zijn. Mijn schrijfsels zullen wel net zoals nu monologen geweest zijn.
Maar het zal je gebeuren, op je 16e uit huis gedonderd, en dan van hot naar her, geen wortels, geen opvoeding genoten, hoe vind je je weg? Dan zijn nichtjes een zwakke strohalm.
Jij was slimmer, jij trouwde gewoon op je 18e, net als 2e zus, maar ik werd in een tehuis geplaatst omdat ik me niet langer wilde laten verkrachten.

Algauw verving het dagboek mijn nichtjes, dat was veel leuker, net als brieven aan een vriendin die ik had gemaakt in het tehuis waar ik niet meer mocht wonen wegens wangedrag, want ik had de laatste trein gemist en dat mocht niet.
De dagboeken gooide ik weg rond mijn 25e, want stel je voor dat ik dood zou gaan en de familie zou dat erven. Al troostte ik me met de gedachten dat ze toch geen interesse in me hadden, dus ook niet mijn levensverhaal en hersenspinsels.
Vervolgens werden de dagboeken verhalen. Nog weer later plaatste ik die op een blog waar iedereen ze kon lezen. Het is toch wel anders of je alleen voor jezelf zit te schrijven of je wordt nog gelezen, net of je dan meer bestaat. Van het lelijke kun je iets moois maken.
Ook daar stopte ik vervolgens mee wegens klaagzangen, oververmoeidheid, en ouderdom, want wat kan een mens zich oud voelen!

Als ik niet zo gemakzuchtig was, of als ik ambities had gehad zou ik een beroemd schrijven kunnen zijn. Maar die zijn er ook wel genoeg dus ik zal niets toevoegen. Wat heb ik een ander nou te bieden!  Mijn leven is al zo vol.

En nu loopt dit schrijfsel ook uit de hand, of uit de pen.  Daar houden mensen niet van. Men wil kort anders kost het ze teveel moeite om in de ander te steken.
Zelf vind ik de meeste berichtjes juist te kort, omdat je iemand niet leert kennen. Ik lees graag iemands gedachten, perikelen en moeilijkheden of vreugde. Dat zie je tegenwoordig steeds minder. 

Met al deze woorden draai ik om de kernvraag heen, de korte bondige vraag:

hier is nu het berichtje waar je om vroeg.
Maar wat nu?
We wonen 112 km bij elkaar vandaan. 

Ik ben al jaren oververmoeid, en vooral daarom niet mobiel, en als...

                                      De draad viel uit mijn verhaal , vraag, bedoel ik.

Niet mobiel dus.

Aan een bel-contact, alsof ik een oude kennis of nicht ben, heb ik geen behoefte. Bellen doe  ik bij hoge uitzondering naar de receptenlijn om een nieuw oogzalf recept te bestellen.

Bellen met vriendinnen die zanikten over de overgang, of een paaltje van de buurman, wat stoorde dat rotding me toch altijd weer en daarom nam ik een besluit.
Eindelijk geen vermoeiende lege contacten. Wat moet een mens met zoveel leegte van anderen. Je kunt beter alleen zijn. Je doet gewoon de telefoon de deur uit, heel handig!
Dat kon vroeger nog, tegenwoordig moet je een mobiele telefoon altijd op zak hebben om te kunnen betalen of je te legitimeren.

Ik vond op internet een foto van jou, eerst een met je man samen, daar zie je er nog heerlijk uitgeslapen uit, je slaapt waarschijnlijk de hele nacht lekker door.
De recente foto is heel anders, je ziet er slanker uit dan op de vorige.  De ene helft van je gezicht kijkt angstig, terwijl de andere heel guitig kijkt. Heb je dat wel eens gedaan?  de ene helft van je gezicht afgeplakt? Maar je ziet er ook ziek uit, geen griepje maar iets ergers, ik noem geen naam natuurlijk. Ben je ziek? Of is dat gezichtsbedrog. 

De vraag  nog een keer kort en bondig:

Hoe denk jij dat een contact tussen ons er uit kan zien?

Die vraag, weet ik, is niet genoeg, hoe kunnen we dat weten zonder elkaar te kennen? Bij datingprogramma's hebben mensen een hele lijst met waar iemand aan moet voldoen.
Dat moeten wij nog maar afwachten van elkaar.
Het verleden biedt geen garantie voor de toekomst. 

Zus, we moeten elkaar maar een keer ontmoeten.
Voor een eerste herkennismaking lijkt het me een goed plan dat je eens alleen hierheen komt, zonder man dus, want in “ik” vorm  praat toch iets persoonlijker dan in de “wij”vorm.

----------- einde monoloog-------------


Volgende dag:

Op naar versie 16. 

maandag 19 februari 2024

PS: Stuur ook eens een berichtje

Dat stond er in het jaarlijkse verjaar/kerstkaartje dat mijn zus al 5 jaar stuurt, sinds ze mijn adres heeft van de notaris.

Stuur ook eens een berichtje...
Het dramt al die tijd door mijn hoofd, want het is nogal dwingend in mijn beleving, zoals: ik heb nu al 5 jaar een kaart aan je gestuurd en nu moet jij ook eens wat terug doen.
Ongetwijfeld bedoelt ze dat niet zo. Maar ik mis iets om over die drempel te komen.
Nooit noemt ze me bij de naam, zelfs op de envelop staat alleen maar: aan A vd Boomstam.
En er staat nooit iets anders dan: hartelijk gefeliciteerd, en goede kerst en nieuwjaarswensen.
Precies datgene wat me geen lor interesseert. Verjaren is een officiele kwestie, belangrijk voor mijn aow en het accepteren van lichamelijke ongemakken.
Gelukwensen voor een nieuw jaar heeft ook geen zin, het ongeluk en alle wereld ellende gaat er gewoon om door.

Wat wil dat nou zeggen als je iemand 49 jaar niet meer hebt gezien, en die ooit zei: de volgende keer bel ik. En vervolgens nooit meer belde en daar nu ook niet op terug komt.
Waarom niet een persoonlijker bericht dan een standaard kaart?
Ik leef vooral met het verleden, de oude pijn, al het verdriet en eenzaamheid, dat vergeet een mens niet zomaar. Toen ik ze nodig had waren ze er niet, wel hadden ze verwijten.
En nu... die afstand van 112 km lijkt onoverbrugbaar.

Behalve dan vannacht, toen ik niet kon slapen, en een groot collegeblok met een parkerpen ter hand nam en een hele leuke brief aan haar schreef.
Getiteld: versie 15, maar misschien is het al wel de 20e.

vrijdag 12 maart 2021

                                                                  Zie mij




vrijdag 20 april 2012

Niersteentje. Na twee maanden.


Eind januari begon het. Twee kleine niersteentjes uitgeplast. Geen probleem.
Omdat ik vaker een niersteentje heb herken ik de verschijnselen.
In februari kreeg ik regelmatig vervelende pijnaanvallen in onderbuik en de rug tot zelfs de schouderbladen, onwel, gevoel van onbehagen, en vreselijk moe.
Pijn krijg je als het niersteentje in beweging komt. Je kunt er zelf niets aan doen. Veel drinken helpt niets, de natuur moet het zelf doen. Na twee maanden pijn en vooral onaangenaam gevoel was mijn lichaam ook heel erg gespannen.
Ruim een week had ik het gevoel dat ie er elk moment uit zou komen. Pijn bij het zitten, snijdende pijn in de plasbuis. Maar het duurde toch nog 8 dagen.
En dit is het resultaat van een mooi kristalletje.
Het formaat wat ik meestal heb, iets groter dan een luciferkop, lengte 0,75cm, breedte 0,50 cm.

Zie ook mijn eerdere bijdrage.

zondag 18 maart 2012

Verhuisd naar Donkerbroek


Vader kocht een boerderij in Donkerbroek. Hij zag een nieuwe kans na de brand van het houten huis. Hij wilde niet langer eieren rapen voor een ander.
In een verhuisbusje hadden we van alles wat we van familie hadden gekregen, van bedden tot potten en pannen.
Het was een eng huis met een draai in de trap, kruipend ging ik er de eerste keer op en weer af, veel te bang om te vallen.
Maar de stal vond ik prachtig, zo groot, zoveel ruimte! Dat bijzondere gevoel kan ik nu zo weer oproepen.

We hadden niets meer van weleer, al onze spullen waren verbrand, ook onze step. Maar het steppen zou ook nooit meer zo geweest zijn als aan de zevenbergjesweg in Voorthuizen die afliep naar beneden, waar buurvrouw Oma woonde.
Niet dat ik me daar iets van herinner, alleen een vaag beeld, wat ik waarschijnlijk zelf heb gecreëerd over wat er aan tafel over verteld werd, van een berg en heel groot met bomen overal.

In Donkerbroek was alles plat. We woonden een eind van de straat af en rondom was alleen maar weiland, en boerderijen.
Schuin voor ons huis, dicht aan de straat, stond een vakantiehuis waar regelmatig andere mensen in verbleven. Maar heel vaak was er niemand.
We mochten er niet komen, alleen onze ouders stuurden ons er heen om appels te stelen
zodat we in de herfst iets anders te eten kregen dan stamppot knollen die we een hele natte zaterdag hadden moeten plukken tot je niet meer rechtovereind kwam van de pijn in je rug. Maar dat was pas 5 jaar na de verhuizing.
Bij het vakantiehuisje gluurde ik dan vaak door het raam naar binnen.
Daar zag je een bedstee en ik vond het fascinerend, zo’n bedstee leek me het fijnst om je in te verstoppen. Helemaal je eigen plek waar niemand bij kon. Als ik bang was vluchtte ik in gedachten wel eens naar die bedstee. Vaak verlangde ik er naar binnen te sluipen, een kapot raampje of vergeten afgesloten deur misschien. En dan zou ik de gordijnen dichtdoen zodat mijn moeder me nooit meer kon zien. Ik kon best voor mezelf zorgen.
Maar er was nooit een mogelijkheid om het huisje in te komen, alles was altijd goed gesloten.

Ik sliep eerst met mijn broertje in bed, tot ons moeder ons betrapte op vieze spelletjes.
Hij zat namelijk op mijn knieën en ik liet ze dan vallen zodat hij op het bed viel, dolle pret hadden we dan. Ik was dol op mijn broertje, voel nog de band die ik met hem had, misschien omdat hij 2 jaar jonger was en ik me over hem ontfermde, en altijd probeerde te beschermen (hij herinnert zich er niets van, behalve dat ik later grote jongens wegjoeg als ze hem pestten, voor hem was er niets bijzonders tussen ons).
Mijn moeder vond dat spelletje op bed niet vertrouwd. Ze had zo’n hekel aan me (wat overigens wederzijds was) dat ik haar ervan verdenk dat ze probeerde ons uit elkaar te halen. Misschien was ik 6 of 7 en mijn broertje 2 jaar jonger. Daarna moest ik meteen naar mijn bedpiszus in bed zodat ik overdag naar school ook een pisluchtkind was. Pas toen ze een paar jaar later na een logeerpartij de hele nacht lag te huilen mocht ik bij andere oudste zus in bed.
Bedpiszus werd door iedereen als zielig gezien. Mijn oudste zus had maling aan alles, liever zwijgen en jaknikken, maar ze kreeg wel de gemeenste slaag, heel vernederende slaag ook, vooral toen haar borsten groter werden (bij haar begon dat al veel jonger en groter dan bij mij).
Bedpiszus huilde of keek als een puppy met haar grote ogen en kuiltje in de wang, en dan smolt iedereen. Zelfs mijn vader hield op haar te slaan.
Ik had harde afwerende ogen met een strakke blik, en leefde in mijn eigen wereldje, was zoveel mogelijk op de boerderij en bij de dieren.

Ver achter onze boerderij had een beroemde zangeres een huisje, volgens mij was het Marie-Cecile Moerdijk, maar zeker weet ik het niet. Soms zagen we van verre een mooie vrouw en ik kon haar horen zingen, niet in het echt, maar ik verbeelde me dat ze zo mooi was met een mooie stem, anders was je toch geen zangeres.
Het verhaal ging dat Wim Sonneveld aan een van de zandwegen een huisje had (aan het verlengde van de Schansmeerweg), die zag je daar nooit.
Ik vond het reuze spannend rondom die huisjes te sluipen en naar binnen gluren, en dan die angst betrapt te worden, al zou ik niet weten door wie, er kwam daar toch nooit iemand.
Soms, als ik met paard en wagen en emmers vol water naar de weilanden moest om de kalveren water te geven dan stopte ik wel eens bij zo’n huisje.
Echt griezelig was het huisje wat onbewoonbaar verklaard was, daar stonden er drie van in onze buurt. Daar mocht je niet in want het kon zo instorten. Járen later stonden ze er nog. En twee van die huisjes werden gekraakt. Ons werd ten strengste verboden met die krakers te praten, die deugden niet. Volgens mijn vader. Soms liepen ze gearmd door het weiland van de buurman. En dan schold mijn vader ze uit, want je hoorde als stadse niet zomaar door andermans weiland te lopen. En dat geflikflooi dat was een schande in het openbaar. Ik heb ze nooit iets zien doen dan met de armen om elkaar heen lopen.
Als die mensen hadden geweten dat mijn vader ze rustig met een hooivork te lijf zou zijn gegaan zouden ze het bijvoorbaat al niet door ons weiland gedurfd hebben. Maar ze kenden mijn vader nog niet.
Mijn vader was gek. Ik zeg het eerlijk, daar stam ik van af.
Als er vakantiegangers in het vakantiehuisje voor ons huis waren kwamen er wel eens kinderen naar hem toe met een pan en dan riepen ze: meneer, meneer mogen we een pannetje melk. Dan was mijn vader apetrots, dat zulke kinderen hem meneer noemden. Ze moesten wel eerst even naar huis om geld te halen voor dat pannetje melk.
Wij krijgen vaak melk van koeien die met penicilline behandeld waren, dat mocht niet mee naar de fabriek, maar voor ons was het heel gezond, beginnen met broodpap in de ochtend, tussen de middag broodpap, in de avond broodpap, of als je geluk had havermoutpap, wel met klonten want mijn moeder kon niet koken, ze kon niets, alleen klagen en op anderen letten.
Mijn moeder wist van de hele buurt wie er ongesteld was, “die het de rooie vlag uuthangen.”
Ze hield het goed bij als de buurvrouw een paar dagen over tijd was. De lapjes hingen dan wat later aan de lijn. Ook van ons hield ze het goed bij, aan tafel werd ook altijd aangekondigd wie van de buren of ons ongesteld was, dan wist mijn vader meteen welke dochter hij niet hoefde te benaderen.
Maar hoe goed ze dat ook wist, er was altijd maandverband tekort, en dan moest je als een gek met een oude lap tussen je benen op de fiets naar de vivo aan de herenweg.
Overigens was algemeen bekend dat mijn vader ook wel buurvrouwen bezocht, geloof niet de echte naaste. Hij was een enorme charmeur en de domste vrouwen vielen voor goedkope woorden. “Vriendschappen” duurden nooit lang, er ontstond altijd heibel.
Ook met de kleuterjuf heeft hij iets gehad waardoor de politie aan de deur kwam en er een rechtszaak is geweest. Hoe en wat weet ik verder niet.
Maar net goed voor het rotmens. Ze logeerde wel bij ons. Waarom weet ik niet, ze kon net zo goed naar huis gaan. Maar dan bemoeide ze zich met ons. Ik was 7.  We kregen altijd te weinig eten en op een ochtend lag zij nog in de opkamer en jammerde ik om brood. Toen riep ze dat ik haar brood op moest eten, ze was heel boos, dan had zij niets. Ik moest respect voor mijn arme ouders hebben, want die werkten zo hard, zij zou het brood wel uit haar mond sparen, had ik nu mijn zin?  Ik at het huilend op, maar vond het niet deugen dat zij zich met ons bemoeide, er klopte iets niet. Nu, achteraf denk ik dat ze wel iets op sexueel vlak met mijn vader had, anders bemoei je je niet op die manier met andermans kinderen. Dus net goed dat er iets is gebeurd, het ging over foto’s want ik moest van de politie het fototoestel halen. Het lag alleen niet op de plaats waar het hoorde te liggen en ik zocht alles af maar vond het niet. Mijn moeder lag toen in een bed in de woonkamer, ze mankeerde altijd wel wat.
Helaas heb ik dit, net als uiterlijke onaangename kenmerken van haar geërfd, daar ben ik niet blij mee. En dan ben ik weer trots op de andere kenmerken die ik van mijn vader heb. En dat is niet logisch daar trots op te zijn. Maar als je van jongsafaan een hekel aan je moeder hebt dan is een wrede vader zelfs een zegen.
Mijn moeder was altijd boos en verontwaardigd. Als ze me waste in de keuken bij het aanrecht schreeuwde ik moord en brand. En als ze mijn haren deed was dat een verschrikking. Ik herinner me nog op de boerderij dat ik in mijn blootje (dan was ik een jaar of 6) naar de stal rende waar mijn vader de koeien molk, toen nog met de hand. Hij stopte met melken, pakte me bij mijn hand, en ik was dolblij, hij ging mijn haren wassen, zijn grote hand voor mijn ogen zodat er geen shampoo in kwam.
Mijn vader was onbetrouwbaar maar ik hou me het liefst vast aan dit soort lieve momenten, die voor een vader en moeder normaal gedrag behoren te zijn, maar voor mij heel bijzonder want zoveel van dit soort fijne herinneringen heb ik niet aan hem. En aan mijn moeder nog altijd geen een. Niet dat dat erg is, ik heb later heel veel beetjes liefde ontvangen. De wonderlijkste mensen bekommerden zich over me.
Op mijn 16e ben ik zwaar gehavend van de boerderij afgevoerd en nooit meer teruggekeerd.
Er is een rechtzaak geweest en mijn vader is veroordeeld wegens meerder malen enkele jaren achtereen misbruik van mij te hebben gemaakt.
Wat natuurlijk erg was is dat mijn zussen ontkenden dat mijn vader iets deed bij hun. Eigen schuld natuurlijk voor ze, dat het bij hun door bleef gaan, ze hadden hem voor de rechter tenslotte gesteund en verdedigd.
Ook voor de mishandeling is niet veroordeeld, die toen toch zichtbaar was bij mij. Je mag rustig zeggen dat ik “geluk” heb gehad met de incest, anders was hij niet veroordeeld en ik? Had moeten zwerven vermoed ik.
Nu kwam ik onder de kinderbescherming, en dat was voor mij echt bescherming. Mijn ouders zijn gedeeltelijk uit de ouderlijke macht ontzet. Maar ik weet nog altijd niet wat dat precies betekent, zoveel als dat ze wel voor me moesten betalen maar niets te zeggen hadden? Of dat gedeelte alleen voor mij gold en niet voor de anderen, dat klopt, beide zussen en broertje bleven thuis.
Maar ook al had ik mezelf bevrijd, toen begon het proces van leven, een weg zoeken. Het onwerkelijke, het ontworteld zijn, verstoten en veroordeeld door iedereen behalve door de rechter. Ik wilde mijn familie niet meer zien. Zij mij ook niet.
Ik had een mooie tijd in de tehuizen was een onhandelbaar kind en kon met gemak de directeur tot wanhoop brengen door niets te doen, en niets te zeggen. Dat had ik geleerd bij mijn moeder, als ik haar aankeek werd ze hysterisch. De directeur had daar ook trekjes van.
Maar later kwam het toch nog goed, toen ik in een tehuis in Apeldoorn kwam, waar ze me normaal behandelden, niet alleen regels en eten, maar ook aandacht en begeleiding. Normaal gesprekken voerden met je. En je mocht heel veel: dansen op tafel onder het eten, en smijten met deuren. We zaten daar tenslotte niet voor niets! Maar juist omdat er zoveel mocht konden we onze frustratie kwijt. Het was de mooiste tijd voor me in die jaren. Een belangrijke tijd want ze leerden me mijn geweten te ontwikkelen.
Ik heb er bijzondere avonturen beleefd met Truus, en met Jack.
Mijn ouders heb ik echt nooit meer gezien, en dat blijft zo. Mijn ene zus heb ik later nog korte tijd ontmoet maar dat liep steeds fout. Iedereen vond haar nog steeds zielig, mijn nieuwe vrienden vonden dat ik haar moest helpen. Alsof ik het niet moeilijk had, alsof zij er niet zelf voor gekozen had haar vader te verdedigen en bij hem te blijven en mij af te vallen.
Bovendien was zij het ook die mij de laatste nacht met veel genoegen zwaar toetakelde.
Onderhuids blijft dat broeien.

Een paar jaar geleden ontmoette ik via schoolbank vroegere buurmeisjes een van hem kende mijn broer. Ze deed wat geheimzinnig. Hij zat op het randje, het ging niet goed met hem.
Ze bemiddelde in contact. Maar hij moest er over nadenken.
Dat deed mij heel erg pijn. Dat hij er over na moest denken, terwijl ik altijd aan hem had gedacht en me veel lieve dingen uit onze gezamenlijke jeugd herinnerde.
Hij was nog niet meteen enthousiast. Maar uiteindelijk ontmoetten we elkaar. Toen ik mijn armen spreidde om hem te omarmen smolt hij meteen. Dat was een heerlijke roes, die eerste 3 maanden. We hadden elkaar zoveel te vertellen. Ik schrok van alles wat ik hoorde er was werkelijk geen mooi lichtpuntje, geen positief verhaal, alles was ellende en al die jaren was hij onder het juk van zijn vader blijven hangen. Ik probeerde het te begrijpen. Zelf zou ik allang knettergek geworden zijn. Ach wat, ik had mijn vader doodgeslagen, overreden met een tractor, in brand gestoken, opgehangen aan zijn ballen. Het maakt niet uit, maar ik zou me niet hebben laten mishandelen op mijn 40e.
Maar mijn broer heeft een totaal ander karakter, hij lijkt daarin op zijn moeder. Daarmee gaf hij zijn vader meer macht dan die in werkelijkheid heeft.
Het vlotte uiteindelijk toch niet tussen broer en mij, zoveel onbegrip naar elkaar toe, oude pijn, van beide kanten.
Hij vond het veiliger bij zijn moeder en zus dan bij mij want ik ben geen meeprater, soms ben ik de advocaat van de duivel, niet om de ander pijn te doen maar ook eens andere kanten te bekijken om je mening nog eens objectief te beoordelen. Kortzichtigheid was erg groot, vroeger al, en als je dan niet zoveel mensen kent die je op je lazer geven blijf je in dat kortzichtige kringetje.
Ik kon ook niet goed tegen de confrontatie zijn beide ouders’ gedrag in hem te zien. En hij kon er niet tegen mijn vader in mij te zien.
Dan heeft de omgang geen zin, dat is alleen maar belastend. Het was wel een ontevreden gevoel toen het stopte, dat het ons niet gelukt was samen iets tot elkaar te komen.
Ik had er zelfs spijt van dat ik had leren kennen, want ik was terug naar vroeger geschopt.
Maar ik had ManB toen al 17 jaar als mijn broertje, al heeft die ook wel zijn manco’s maar dat is toch anders dan oude hechtingen opentrekken en laten etteren zonder ze te genezen.
Achteraf kijk ik anders aan tegen de omgang met mijn broer, het was goed, het was heel goed voor mijn verwerking. Het gaf heel veel duidelijkheid, heel veel dingen die ik me herinnerde bevestigde hij. Er zijn psychologen die beweren dat je hersenen eigen verhalen maken, maar ik ben er altijd zeker van geweest dat dat bij erg indrukwekkende gebeurtenissen niet zo is. Die zijn als tatoeages in je ziel. Van andere dingen weet ik wel dat ik hier en daar zelf een leegte invul. Maar die doet niets af aan mijn beleving.

De middelste is de "zielige" zus, 
de meest rechter, met bril, ben ik.
Afwerend? 
Ik zie het niet!

vrijdag 16 maart 2012

Op de bijbel na


2008 


"Brand" gilde zus achter me op de vlisotrap.
Door het open luik zagen we een grote donkergrijze damp.

"Brand", bleef mijn zus krijsen en onze moeder sleurde me van de trap en duwde ons naar buiten.
Daar bleef ik gebiologeerd naar de brand kijken.
Toen de vlammen uit het dak sloegen werd ik bang en rende achter een boom.
Ik dacht aan mijn broertje. Ze zouden hem toch niet binnen in de box hebben gelaten?

Verlamd stond ik te kijken, kon geen woord uitbrengen, bleef vanachter die boom toekijken naar hoe alles werd verwoest.
Ik zag voor me hoe broertje ook verwoest werd door die vreselijke vlammen.
En ik hoorde zelfs zijn krijsend stemmetje die om mij riep: "Appeje, Appeje", want hij kon mijn naam nog niet goed uitspreken.

Onze moeder kwam het huis uitgerend met de bijbel in haar hand.
Waarom niet met broertje?
Boos rende ik naar haar toe en sloeg tegen haar benen, "waar is broertje!"
Ze duwde me weg maar ik bleef en sloeg haar weer.

Iemand trok aan mijn kraag.
Onze oude buurvrouw,
met broertje op haar arm.
Ze pakte me bij de hand en verzamelde ook mijn zussen.
In een stoet liepen we naar haar huis.
Ik kreeg broertje op schoot.
Hij huilde en kroop tegen me aan, zijn kleine armpjes om mijn nek,
die ik nog voel.
Ik likte de tranen van zijn wangen. En keek maar naar hem alsof hij een wonder was.
Natuurlijk was hij ook een wonder, mijn lieve kleine mollige broertje.

Van ons huis en al onze bezittingen, op de bijbel na, is alleen as overgebleven.