donderdag 14 oktober 2010

Kom, we gaan naar boven

"Kom," zei Truus, altijd in voor een avontuur, "we gaan de bloemetjes buiten zetten bij Piet."
Truus' enthousiasme werkte aanstekelijk en ik kon nooit weigeren.
Zij wist dat oudere mannen haar aantrekkelijk vonden. Ze lachte graag en daagde ze uit.
"Aan die ouwen heb je tenminste wat, die betalen je wel," wist Truus, "altijd makkelijk als we op avontuur uit gaan."
En we gingen nogal eens op avontuur.

Piet was eigenaar van een café en woonde er boven.
Truus kreeg een wijntje en ik niets want ik was nooit geliefd, bovendien dronk ik alleen appelsap en dat was niet interessant om uit te delen.
Ik was hard en koud en weerde mannen, vooral oudere.
Men wantrouwde mij altijd, net of ik iets op mijn kerfstok had. Ze hielden me in de gaten.
Nergens voor nodig, want ik deed niets. Ik had genoeg aan mijn eigen leven.

Even later riep Truus me, "Appeltje, kom, we gaan naar boven."
"Nee hoor, niet naar boven", zei ik angstig.
Maar Truus had de knoop van haar broek getrokken, en die mocht ze weer even vastnaaien, boven. In de kamer van Piet.

Net zoals anderen mij wantrouwde, zo wantrouwde ik hen ook. Piet was natuurlijk uit op heel andere dingen, en ik zou nooit vrijwillig naar boven gaan, en Truus moest dat ook niet doen!
Maar ze ging, en ik dacht: als ik niet meega heeft hij vrij spel, dan is het mijn schuld als haar iets overkomt.
Ik liep achter haar aan de trap op.
Er hingen jassen aan de muur, Truus stak haar hand in een zak. Heel angstig fluisterde ik: "niet doen, joh, niet doen, dat is niet van ons, straks betrapt hij je nog." Maar Truus lachte, ze vond het prachtig, "welnee, hij verdenkt ons niet."
Zij had haar spelletje goed gespeeld door de verleidster uit te hangen.

Toen we boven waren kwam Piet ook. Ik werd bang, minstens zo bang als vroeger. Hij zou het doen met ons.
Truus flirtte en trok haar broek uit. Dat maakte me helemaal bang. "hij moet wel uit, anders kan ik niet naaien," zei ze lachend. En Piet bezorgde haar naald en draad, en streelde over haar hoofd.
"Niet doen!" riep ik in een beschermingsreflex.
"Wou jij soms?" vroeg hij met een smerige lach. En Truus schaterde, " ja, neem haar maar, die brave gek doet nooit wat."
Ik stond op, zeker weten dat ik sterker was dan die vent. Hij zou me niet aanraken, niemand zou me ooit nog aanraken! Ik zou ze allemaal van me afslaan. Ik was oersterk!
Hij keek minachtend en bekeek me van top tot teen, "daar zit niks aan," en hij ging de trap af. mij met een rood hoofd, en Truus schaterend, achterlatend.
En Truus wist waarom ze lachte; zij had een goede vangst gedaan in die jaszak.
Buiten vertelde ze het me, honderd gulden. We moesten meteen naar de winkel voor kleren en make-up voor haar.

"Het was toch voor als we op avontuur gaan?" zei ik haar.
Maar Truus vond dat ze er netjes bij moest lopen, "wij opgeslotenen worden toch al met de nek aangekeken."
Ja, Truus had in een gesloten tehuis gezeten, ik niet.
Braaf liep ik met haar mee de winkel in waar ze bloesjes en een broek paste.

Vlak voor de kassa gaf ze mij het geld en zei dat ik moest betalen.
Net toen ik het geld aan de caissière wilde geven werd het uit mijn handen getrokken.
Daar stond Piet naast me. Hij schold me uit en zou het tehuis waarschuwen.
Hij had me altijd al verdacht, mijn loensende ogen hadden verraden dat ik niet te vertrouwen was.
En Truus stond erbij of het haar niet aanging.
Ik schaamde me verschrikkelijk, zo vaak werd ik onterecht beschuldigd.
Maar ik kon niet zeggen hoe het zat. Het kwam niet eens in me op om Truus te verraden.
Bovendien zou hij dat nooit geloven; ik was zo schuw dat ik wel onbetrouwbaar moest zijn,
en Truus was zo'n open gezellige meid…

Geen opmerkingen: