het ouderlijk huis,
de martelnacht waar ik zwaar gehavend uit weggevoerd werd.
Dat is lang geleden.
Nu ben ik in het heden,
al doet mijn buik wat pijn bij de herinnering
omdat zoiets in je lijf en geest gegrifd staat als een deel van je bestaan.
Je kunt het overschrijven met andere belevenissen, maar het blijft bestaan,
zoals onkruid dat onder het afvalt zijn weg zoekt.
Vandaag wil ik lekker eten en vertroeteld worden.
Een voetenmassage, een warme deken, een arm, een hand, of twee.
Want ik weet wat eenzaamheid is.
Als een kind in de dode zee, om me heen grijpend naar houvast. Maar zelfs geen wrakhoutje komt langsdrijven. Op eigen kracht de wal bereiken.
Druipend met voorover gebogen hoofd ben ik de wereld in gelopen als een dwaler, een dwarrelaar.
Bij het verstrijken van de tijd ging mijn hoofd omhoog, en af en toe denk ik zelfs dat de kromming uit mijn rug verdwenen is, door alle warme handen die er op lagen.
Vandaag bakte ik een taart, een echte taart,
om te delen.
Want als kind had ik altijd honger,
stal ik soms een sneetje brood
en propte het in mijn mond
als een hongerig dier,
het gretig naar binnen slikkend zonder te kauwen, uit angst om betrapt te worden.
Nu hoef ik geen brood meer te stelen,
nu heb ik mensen die met mij,
en met wie ik kan delen.
Hier een stukje taart, voor al mijn favorieten!
Als ik iets van feestjes snapte dan gaf ik er nu een
en bakte er nog een paar.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten