Maar het mocht niet want zijn mevrouw riep weinig overtuigd: “Niet met die meneer mee, Brenda!”
Brenda?
Die hond?
Meneer?
Ik?
Goed, met de bolletjesmuts van mijn man op, en zijn winterjas aan, reed ik in mijn karretje door het natuurgebied. Maar dat maakte me toch nog geen meneer?
“Brenda kom, hee, kom, we gaan er lekker vandoor” moedigde ik Brenda zachtjes aan.
En Brenda vond het best, bij de bocht stopte ik even, en tikte op de bagagebak, “kom maar, kom”. Het leek me prachtig er met Brenda vandoor te gaan want een hulphond kan ik best gebruiken.
Hij kwam dichterbij, kwispelend en likte mijn hand maar weigerde in mijn bak te springen.

“Brenda, hier. Brenda hier!” schreeuwde zijn mevrouw.
“Blijf maar bij mij, Brenda,” voerde ik de strijd op. De mevrouw was toch te ver weg om me te verstaan. "Bij mij heb je het veel beter. We gaan iedere ochtend langs de schapen."
Uit mijn zak haalde ik een sultana, misschien lustte hij het wel. Liefde van de man gaat door de maag. Brenda is toch een man? Waarom zou hij anders achter me aan hollen.
Maar hij rook alleen even aan de sultana en vond het niet interessant er zijn tanden in te zetten.
Zijn mevrouw was dichterbij gekomen en ze was bezorgd: “Ze doet niets hoor meneer, ik snap er niets van dat ze met u meeging, dat doet ze anders nooit. Brenda is ondeugend, hè, Brenda?”
Ze sprak niet tegen mij.
“Brenda, liefje kom.” En Brenda sprong tegen haar op en ze aaide zijn kop alsof ze tot ver over haar middel verliefd werd.
“Ik ga verder”, zei ik met mijn liefste stem, zeker wetend dat mijn stem in ieder geval nog vrouwelijk is.
Maar de mevrouw keek niet eens op.
Ik ga ongetwijfeld de geschiedenis in als die meneer aan wie ze Brenda bijna kwijt geraakt was.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten