donderdag 14 oktober 2010

Wie is die vrouw?

“En wie is die vrouw dan?” vroeg schoonmoeder toen ik vertelde dat BeeGee op vakantie gaat met een ander.
“Francine,” antwoordde ik.
Schoonmoeder werd alert, haar ogen gingen verder open en ik weet niet of ik het me verbeelde maar ik dacht dat haar pupillen zwarter werden.
Ze wilde alles weten over Francine, wat voor werk ze deed, of ze een auto heeft. “Ja, en zelfs een boot” probeerde ik zonder afgunst te vertellen.
“En wat doen haar ouders?”
Ik wist het niet, ook niet of ze gescheiden is of kinderen heeft. Ik weet verder niets over Francine, maar gezien haar wilde levensstijl en bezittingen vermoed ik van niet.
Schoonmoeder leek tevreden met mijn antwoorden. Dromerig keek ze door het raam de tuin in. Zag ze kleinkinderen huppelen? Of zag ze op het bankje onder de seringenstruik haar perfecte schoondochter zitten over wie ze trots aan anderen kon vertellen. Haar zoon met z’n goede vrouw. Dat was nog eens wat anders dan haar zoon met een thuiszittende gehandicapte. Dat laatste vertel je natuurlijk niet graag aan anderen. Je zou je maar schamen.
“Is ze gezond?”
Het was of ik een dergelijke vraag verwacht had. Ze sloeg me er recht in mijn ziel.
Is ze gezond…
Is ze niet gehandicapt.
Is ze vruchtbaar…
Zoiets kan die vraag betekenen.
“Geen idee”, antwoordde ik en liep naar de kamer van schoonvader. Hij zal nooit zulke vragen stellen. Hij zal vragen hoe het met me gaat.
“En, wanneer gaat BeeGee op vakantie?” Waren zijn welkomstwoorden, en ik wist niet waar ik heen moest gaan, thuis zat BeeGee, in de keuken zijn moeder. Het liefste zou ik gaan fietsen, naar buiten. Buiten is mijn thuis, buiten mag ik zijn wie ik ben, buiten is niemand die zegt dat ik niet goed genoeg ben.

Geen opmerkingen: